De eerste overheidscriteria voor duurzaam inkopen | Conference Matters
Think green

De eerste overheidscriteria voor duurzaam inkopen

Nu de productgroep Adviesdiensten is komen te vervallen, krijgen organisatiebureaus nog niet direct te maken met de duurzame inkoopseisen die het Rijk en andere overheden zich in 2010 opleggen. Maar binnen andere productgroepen zijn er criteria die ook bij de organisatie van bijeenkomsten een rol kunnen spelen.

Het Rijk en alle andere overheden in Nederland hebben besloten om de markt voor duurzame producten de komende jaren flink te stimuleren, door zelf duurzaam in te kopen. Hiervoor zijn ambitieuze doelen vastgesteld. Zo wil het rijk (kerndepartementen en uitvoeringsorganisaties) in 2010 voor 100 procent duurzaam inkopen. Gemeenten streven naar 75 procent in 2010 en 100 procent in 2015. Provincies streven naar 50 procent in 2010 en ook 100 procent in 2015. Waterschappen richten zich vooralsnog op minimaal 50 procent duurzaam inkopen in 2010.
Op dit moment worden onder leiding van het Ministerie van VROM criteria vastgesteld voor duurzaam inkopen. Het gaat om een lopend proces, waarvan op 2 juli 2009 de laatste tussenstand is goedgekeurd door de Tweede Kamer. In deze versie is de Productgroep Adviesdiensten komen te vervallen, de groep waar ook evenementenbureaus onder vielen. Maar er zijn diverse andere productgroepen die een onderdeel vormen van bijeenkomsten.

Vergader- en verblijffaciliteiten

Het meest toegespitst op zakelijke bijeenkomsten is de productgroep Externe vergader- en verblijffaciliteiten. Het gaat hier overigens om locaties die direct worden geboekt; niet om de inkoop van (de organisatie van) evenementen.
Als minimale eis geldt een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Dat wil zeggen op maximaal twee kilometer loopafstand van een openbaar vervoerhalte. Een grotere afstand mag mits georganiseerd groepsvervoer is geregeld tussen de halte en de locatie.
Wil de aanbestedende dienst een opdracht verstrekken aan een boekingsbureau dan gelden er zogenaamde gunningscriteria. Voorkeur gaat dan uit naar het boekingsbureau dat uitsluitend accommodaties aanbiedt die eten en drinken serveren, waarvan de ingrediënten voor een deel aantoonbaar bestaat uit biologische producten en/of producten met andere duurzaamheidskenmerken. Om de mate van voorkeur te bepalen wordt gekeken naar de op dit punt minst scorende locatie.
Een voorbeeld. Van de drie voor de opdracht geselecteerde accommodaties is bij de eerste 5% van het inkoopvolume (in euro) van drank en voedselproducten biologisch/duurzaam, bij de tweede 10% en de derde 25%. Dan geldt voor de voorkeurspositie van het boekingsbureau het laagste percentage: 5%.

Aanverwante productgroepen

Drie andere productgroepen bevatten elementen die een rol spelen bij het organiseren van evenementen. Het zijn geen criteria voor de organisator zelf, maar geven wel handvatten voor wie maatschappelijk verantwoord wil organiseren.
Eén van de productgroepen is Catering. De minimumeis: vanaf 2010 bestaat elk jaar 40% van het assortiment, uitgedrukt in een percentage van het inkoopvolume van dat jaar, aantoonbaar uit biologische producten en/of producten met andere duurzaamheidkenmerken.
In de Productgroep Audiovisuele apparatuur worden onder meer eisen gesteld aan projectoren.
Als minimumeis geldt dat het opgenomen vermogen van de te leveren projectoren in de toestand ‘uit’ kleiner dan of gelijk is aan 0,1 watt. Het opgenomen vermogen in de toestand ‘standby-passive’ moet kleiner dan of gelijk zijn aan 1,0 watt. Het opgenomen vermogen van de projectoren in de toestand ‘aan’ moet kleiner dan of gelijk zijn aan -0,007 * lichtstroom + 25 watt per 100 lumen bij een lichtstroom kleiner of gelijk aan 2.000 lumen en 11 watt per 100 lumen bij een lichtstroom van meer dan 2.000 lumen.
Ook Drukwerk is een productgroep. Bij offset-drukwerk geldt dat het maximale gehalte Isopropylalcohol (IPA) in het vochtwater 5% mag zijn bij vellenoffset en smalbaanrotatie-offset en 3% bij rotatie-offset. Voor het dagelijks procesmatig reinigen van de drukpers dient een reinigingsmiddel met een minimaal vlampunt van 55°C gebruikt te worden. Voor beide voorgaande punten zijn er ook gunningscriteria die de aanbieder extra voorkeurpunten opleveren. Verder gelden bij offset-drukwerk dat bepaalde inkten, lijm,en reinigingsmiddelen of andere chemicaliën niet gebruikt mogen worden. Hiervoor is een lijst met verboden R-zinnen opgesteld.

Zakelijke reisbureaus

Ambtenaren en bewindspersonen maken veelvuldig dienstreizen naar het buitenland voor vergaderingen, congressen en handelsmissies. RTL Nieuws becijferde dat rijksambtenaren in 2007 maar liefst 24.000 vliegreizen hebben gemaakt, oftewel 500 vluchten per week.
Voor deze dienstreizen hebben overheden vaak een contract met een zakelijk reisbureau. Ook deze krijgen te maken met duurzaamheidseisen.
Bij een aanvraag voor een buitenlandse dienstreis, waarvan de snelste reistijd per trein
van treinstation standplaats tot treinstation bestemmingsadres 6 uur of minder bedraagt, mag het reisbureau alleen de reismogelijkheid per trein aanbieden. Er zijn overigens wel uitzonderingssituaties.
Als de aanbestedende dienst zelf geen klimaatcompensatiecontract voor dienstreizen heeft afgesloten, is het aan het reisbureau om de vrijgekomen broeikasgassen voor 100% te compenseren. Onder klimaatcompensatie wordt verstaan: het compenseren van de door de reis vrijgekomen broeikasgassen (vertaald naar CO2-equivalenten) door het vastleggen van CO2 in bomen of het voorkómen van CO2-uitstoot door het investeren in duurzame energie en/of energiebesparing.
Als gunningscriterium wordt gekeken naar de CO2-uitstoot van de huurauto’s die het zakelijke reisbureau aanbiedt. Er zijn maxima voor de CO2-uitstoot per voertuigklasse vastgesteld en door huurauto’s met een lagere uitstoot aan te bieden kan het reisbureau voorkeurspunten verdienen.

Sociale criteria

De opgestelde criteria beperken zich tot nu toe tot technische eisen. Dit najaar komt daar verandering in. In mei 2008 kondigde het kabinet aan dat voor duurzaam inkopen ook sociale criteria worden opgesteld. Hierbij zijn betrokken de ministeries Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Economische Zaken, Buitenlandse Zaken en SenterNovem.
De overheid beoogt met sociale criteria voor duurzaam inkopen een bijdrage te leveren aan het respecteren van arbeidsnormen, mensenrechten en eerlijke handel bij de vervaardiging van de producten wereldwijd. Met het stellen van sociale criteria wil de overheid aanbieders dwingen om waar mogelijk de keten van toeleveranciers en productiebedrijven te onderzoeken en te beïnvloeden.
Het zogenaamde operationaliseringdocument moet het verband leggen tussen de gestelde criteria, de verantwoordelijkheden van de opdrachtnemer en de controle door de opdrachtgever. Er wordt een nadere uitwerking gegeven van de sociale criteria, de juridische aspecten, ketenverantwoordelijkheid en worden opties gegeven voor rapportage.

Website en informatieavonden

Zoals aan het begin van dit artikel al gemeld betreft het duurzaam inkopen door de overheden een voortgaand proces, waar nog maar de eerste stappen van zijn gezet. Anderzijds nadert 2010 snel en dat betekent dat duurzaam inkopen praktijk gaat worden.
SenterNovem, een agentschap van Economische Zaken, zorgt voor de actuele informatievoorziening over dit project middels de website www.senternovem.nl/duurzaaminkopen en informatieavonden. Wie maatschappelijk verantwoord wil organiseren doet er goed aan om de ontwikkelingen van het project Duurzaam Inkopen te blijven volgen.