Het gaat eigenlijk best wel goed in de Hospitality branche | Conference Matters

Het gaat eigenlijk best wel goed in de Hospitality branche

Het gaat eigenlijk best wel goed in de Hospitality branche. Zo bleek uit de gepresenteerde gegevens tijdens de Hospitality Outlook 2012 op 29 mei in Amsterdam RAI. Drie jaar naar de eerste editie van deze meeting leek de problematiek minder urgent.

Net als in 2009 nam HSMAI het initiatief om de hospitality branche bij elkaar te halen om na te denken hoe de economische crisis te bezweren. Samen met partners NBTC, Schiphol, Global Refund, VVV Nederland, Horwath HTL, KHN en Recron werd wederom in korte tijd een Hospitality Outlook georganiseerd. Met als doel het presenteren van de actuele stand van zaken binnen de Nederlandse gastvrijheidbranche, gevolgd door een debat tussen de deelnemers.

De opkomst van een kleine 250 deelnemers in Amsterdam RAI bewees de behoefte aan een dergelijk initiatief. Het is echter de vraag of zijn veel wijzer zijn geworden van deze tweede editie van de Hospitality Outlook.

Vertegenwoordigers van de eerder genoemde partners mochten elk in tien minuten hun meest recente cijfers en hun inzichten over de ontwikkelingen in de hospitality branche presenteren. Omdat de meeste sprekers zoveel mogelijk informatie in die korte spreektijd probeerden te proppen, was de tijd voor analyse van de cijfers te beperkt.

Goed nieuws van Conrad van Tiggelen, Director Marketing van het NBTC. Met ruim 11 miljoen inkomende toeristen was 2011 een recordjaar. En met een hotelbezettingsgraad van -2% (ten opzichte van 2011) tot en met midden mei lijkt crisisjaar 2012 ook wel mee te vallen.

De Nederlander gaat wat minder op vakantie en (zeker) ook minder in eigen land. Daartegenover staat een groeiend aantal buitenlandse toeristen. Vooral interessant is toenemende stroom gasten uit groei-economieën als China, Rusland en Brazilië. Dit zijn samen met Indonesiers ook nog eens de big spenders die gemiddeld veel meer geld uitgeven in ‘the shopping mall of Europe’ dan de Nederlandse toerist vertelde Marja van Reijn van Global Blue Holland. Jacques Hoendervangers van Schiphol voegde daar aan toe dat 230.000 Chinezen jaarlijks net zo veel uitgeven op onze nationale luchthaven als 7.000.000 Nederlanders. Ewout Hoogendoorn van Horwath HTL voegde de Duitsers en Belgen toe aan de ‘groeimarkten’ voor de hospitality industry. Zij komen in een groeiend aantal naar Nederland, omdat ze vanwege de crisis het buitenland dichter bij huis zoeken.

Hoogendoorn had op het oog ook zeer negatief nieuws voor de bedrijven die afhankelijk zijn van de zakelijke markt. De oneliners ‘zakelijk toerisme neemt af’ en ‘pessimistisch over MICE-segment (31% verwacht daling)’ deed het ergste vermoeden. Zijn cijfer gaven echter aan dat zakelijke groepen en individuele zakelijke boeking bij hotels beide met 1% daalden in de relatieve taart van hotelbezettingen (ten opzichte dus van leisure groepen en personen). En de 31% hoteliers die een daling verwachten in het leisure segment werd vrijwel gecompenseerd door de 29% die daar juist een groei verwacht.

Van Tiggelen legde de deelnemers nog enkele trends voor. Het draait momenteel vooral om prijs en authenticiteit, stelde hij. Prijs is inmiddels zo belangrijk, dat men bij online zoek- en boekwebsites steeds vaker eerst naar de prijs kijkt en dan pas naar de bestemming. De boekers zijn naast prijs nog wel gevoelig voor authenticiteit. Concepten als ‘meeting with the locals’ en ‘tips from the locals’ zijn daarom volgens hem aan te bevelen.

Daarnaast hield Van Tiggelen een pleidooi voor gratis wifi. De extra inkomsten die een locatie daarmee verliest, worden ruimschoots gecompenseerd door de extra marketing die deze service oplevert, stelde hij. Immers zullen mensen bij gratis wifi eerder en vaker foto’s en meningen over het hotel delen met familie, vrienden en relaties.

Na de inleidingen volgde het lagerhuisdebat, waarbij de deelnemers bij elke stelling voor de eens- of oneens-zijde van de zaal moesten kiezen, waarna Roderik van den Bos de voor en tegenstanders om onderbouwing van hun mening vroeg. Deze debatstijl leverde onder zijn bekwame leiding en de spraakzame deelnemers een levendige discussie op. De stelling waren echter wel heel erg algemeen en hadden mijn inziens nauwer op de voorgaande presentaties toegesneden kunnen worden. Stellingen als ‘Het valt reuze mee met de huidige crisis’ en ‘Iedere locatie moet gratis wifi aanbieden’ hadden nauwer aangesloten op hetgeen dat was gepresenteerd.

Nu moesten we het doen met meer generieke stellingen. ‘We zullen altijd aanmerkelijk slechter op gastvrijheid scoren dan de ons omringende landen.’ Volgens mij was iedereen het er wel mee eens dat we gastvrijheid niet in onze genen hebben, maar koos de meerderheid voor oneens omdat wij ‘authentiek’ onszelf zijn, we internationaal  zeer actief zijn en in staat zijn ons aan anderen aan te passen.

Op de stelling kiest ‘We kennen onze klant/ gast niet’ kiest de meerderheid voor ‘eens’. De behoefte aan informatie over de gast blijkt groot, ondanks het persoonlijke contact dat de basis is van hospitality. Een tegenstander van deze stelling vindt het niet zo spannend. ‘Twintig jaar geleden was bij onze keten de top drie van bestellingen pizza, hamburger en cesar salad. Nu is die top drie nog steeds hetzelfde.’

Terug komend op de presentaties weten we in ieder geval dat Chinezen graag persoonlijk worden ontvangen door de hotelier en Brazilianen veel informatie willen over de shopping mogelijkheden.

Wie meer wil weten over de stand van zaken van de Hospitality branche kan de gepresenteerde informatie terugvinden op de website van Hospitality Outlook.