''Ik ben meer collega dan PCO'' | Conference Matters

”Ik ben meer collega dan PCO”

Haar relatie en kinderen zijn voor Patricia Oosterhof heel belangrijk. Maar hele dagen moederen ligt dat ligt haar niet. Zodoende combineert zij al achttien jaar het moederschap met werken, waarvan de laatste acht jaar in haar eigen bedrijf.

De eerste tien jaar van haar werkzarne carrière voerde Patricia Oosterhof langs diverse opdrachtgevers. Te beginnen bij haar eerste baan bij Schouwburg en Congrescentrum Orpheus in Apeldoorn. Daar leerde ze tnet organisatievak van Kees Janssen. Toen hij twee jaar later zijn Nederlands Evenementen Bureau begon vertrok Oosterhof naar Unilever. Ze organiseerde daar bijeenkomsten en diners voor de Raad van Bestuur en congressen en vergaderingen voor de werkmaatschappijen.

Na twee jaar volgde ze haar toenrnalige vriend, nu man, naar Groningen en werkte voor Randstad. Het stel verhuisde een jaar later naar Den Haag. Oosterhof bleef ook daar voor Randstad werken, trouwde en kreeg drie kinderen in die periode. Na de geboorte van nummer drie stopte zij bij het uitzendbureau om zich volledig te leggen op het moederschap.

“Na een halfjaar begon het echter weer te kriebelen”, vertelt Oosterhof. Twee jaar lang deed ze PR-werk voor kunstenaars. Inmiddels met een woonkamer vol kunstwerken ontstond de behoefte om weer de congresrichting in te gaan. Er volgde drie jaar freelance werk voor Expo & Hoc (nu ATP), het Nederlandse handelskantoor van Messe Düsseldorf en Unilever.

In 2000 vroeg een buitenlands bedrijf of Oosterhof wederom een congres voor hen wilde organiseren. Na overleg met Expo & Hoc besloot ze dit als zelfstandig PCO te doen. Ook het NCC (nu World Forum) kwam met een opdracht en zo beleefde Oosterhof Organizing een vliegende start.

Hoe staat je bedrijf ervoor?
“Ik heb door al mijn netwerken een klantenbestand opgebouwd om jaren door te draaien. Verder heb ik er bewust voor gekozen klein te blijven. Ik ben nog steeds een eenpitter die gebruik maakt van vele freelance leveranciers.”

“Voor mij is een goede balans tussen het thuisfront en werk, met haar enorme pieken, belangrijk. Mijn man heeft gelukkig ook kantoor aan huis, dus het is een gezamenlijke inspanning.”

“Ik denk dat mijn opdrachtgevers het ook prettig vinden dat ze alleen met mij te maken hebben. Je kunt me altijd bereiken. Ik werk ook met grote regelmaat in de avonduren en soms mijn opdrachtgever ook. Dan ben je ‘s avonds met elkaar aan het mailen. Ik ben meer een collega dan PCO; betrokken en bereikbaar.

Waar onderscheid je je in?
“Ik zit heel erg op de communicatiestoel. Zoals bij het Nederlands Instituut van Psychologen waar ik het lustrumcongres voor heb georganiseerd. Vanaf de eerste dag zit ik aan tafel en praat mee over het waarom en hoe van de bijeenkomst. Tijdens het gehele traject blijft dit de rode draad en stuur je hierop.”

“Het inhodelijke programma wordt natuurlijk wel bepaaid door de opdrachtgever. Bij het NIP waren er te weinig medewerkers beschikbaar om het programma volledig samen te stellen en uit te werken. Daarom hebben we twee externe programmamakers ingehuurd, met wie ik in eerdere projecten had samengewerkt. Met z’n allen kom je dan tot een mooi programma en voel ik me meer een NIP-per dan Oosterhof Organizing.”

“Omdat ik alles zelf moet doen, ben ik goed in het erbij betrekken van andere nensen. Ik moet zelf de lead houden en stuur mensen aan, vaak ook mensen intern bij de organisatie. Ik ben dan meer een procesmanager/coördinator.”

ls er een bijzonder evenement dat je bijstaat?
“Ik werk onder meer voor het Rathenau Instituut, een onafhankelijke organisatie die de politiek informeert over vraagstukken op het snijvlak van wetenschap, technologie en samenleving. Zo was er het festival Brainspotting waarbij de Cultuurfabriek voor de creatieve invulling, deel van de programrnering en de logistiek zorgde. Het evenement was bijzonder omdat het programma heel breed was en heel gevarieerd, maar ook omdat ik een andere rol had. Ik vond het plezierig om met zo’n groot team te werken. Het is me echter ook duidelijk geworden dat hele creatieve geesten vaak minder planmatig werken. Ik zat daar met een Rathenau-pet op en werd steeds meer een aanjager, wat heel vermoeiend is. Als je niet goed kunt plannen is het volgens mij moeilijk om tot een heel goed eindresultaat te komen. Je blijft dan continu achter de feiten aanhollen. Planning en zorgvuldigheid zijn in mijn ogen zeer belangrijk. Ik kijk er op terug als een mooi festival met een lastig traject.”

 

Welke trend zie je bij opdrachtgevers
“Het leek er een tijdje op dat de inhoud ondergeschikt raakte aan de vorm. Nu wordt de inhoud weer belangrijker. Doel is kennisoverdracht.

Een leuk jasje blijft belangrijk omdat het dan beter beklijft. Maar de luxe franjes gaan er af. Zeker in de corporate markt bij de huidige economische omstandigheden.”

“Ik zit meer in de wetenschappeijke hoek. Daar was het al minder uitbundig. Ik heb tot nu toe geen terugslag ervaren. Ik heb zowel bedrijven als verenigingen als opdrachtgever. De ene club heeft nu eenmaal veel meer geld dan de andere. De uitdaging is om met elk budget een mooi product af te leveren dat zich onderscheid ten opzichte van andere. Dat hoeft helemaal niet uitbundig te zijn en met cadeautjes en duur entertainment.”

“Het lustrumfeest van het NIP is daar een goed voorbeeld van. Dat vond plaats in de Philharmonie in Haarlem. Een mooie locatie die geen extra aankleding nodig heeft. ‘We hebben alleen het kleurrijke lustrumbeeld, een vlinder, in de aankleding van het pand – banners, kussens, taartjes, enzovoort – laten terugkomen. Bij de entree werden de deelnemers welkom geheten door personen, geheel in wit gekleed, met schalen smarties (als pilletje). Dat waren acteurs van TenDerde. Ik werk regelmatig met ze. Zij zorgen dat de deelnemers de zaal in gaan en nemen mensen die in de pauze even alleen staan onder de arm om hen in contact te brengen met iemand anders. Het zijn kleine speldenprikjes die op zo’n dag de deelnemer net even wat losser maakt.”

Wat zijn je toekomstplannen?
“Mijn kinderen zijn nu 11, 16 en 18 jaar. Ik vind het plezierig om nog enkele jaren coaching aan ze te geven. Daarna moet er een soort omslag komen. Ik heb me voorgenomen om me daar komend jaar over te bezinnen. Ik heb nog geen idee welke kant ik het op wil laten gaan. Ik zie wel. Het gaat zoals het gaat.”

Beeld Lucia Berg