“Van niets maak je iets” | Conference Matters

“Van niets maak je iets”

Het MKB zag hij als een ongeschikte doelgroep voor congressen. Opvallend genoeg organiseert hij nu juist voor deze groep ondernemers bijeenkomsten. "Het bewijst maar eens dat je nooit te oud bent om te leren", concludeert Bert Gelderblom droogjes.

Bert Gelderblom typeert zichzelf als een veelvraat met een rusteloze geest. Alle onderwerpen die zich lenen voor een congres behoren tot zijn vakgebied. Bij voorkeur bedenkt hij de onderwerpen zelf. Het organiseren vindt hij minder spannend. "Of het nu gaat over ziekteverzuim, minder files of onderhoud bij industriële bedrijven. Het maakt mij niet uit", zegt Gelderblom. "Alleen fiscaal/juridische onderwerpen liggen moeilijker en van medische congressen blijf ik af."

Met zijn studie Fysische Geografie heeft hij nooit wat gedaan, want na zijn afstuderen begon hij al snel bij Euroforum. In tien jaar tijd werkte hij zich op tot directeur en transformeerde samen met een enthousiaste groep jonge managers Euroforum van een nationaal naar een internationaal bedrijf. Daarna vertrok hij naar Boston om President te worden van IBC USA Conferences, een dochter van de Engelse onderneming IBC, nu Informa geheten. Terug in Nederland was hij als investeerder en directeur bij diverse congresorganisaties betrokken. Eén van die bedrijven was InfoCare dat tot 2001 uitgroeide tot een bedrijf met 40 medewerkers. De ICT-crisis bracht daar een snelle kentering in, waarna de activiteiten werden ondergebracht bij Heliview.

Een hele carrière met het  organiseren van congressen als rode draad
Dat is het enige dat ik kan, denk ik. En dan heb ik het over de echte congres business. De rode draad is het zelf verzinnen van congressen en die voor eigen rekening en risico organiseren. Dit als tegenhanger van PCO's die in opdracht organiseren.
Het bedenken van events, dat spreekt me aan. Van niets maak je iets. Pak maar een pen en ga bedenken. Je gaat praten, luisteren naar mensen. Dat zou een interessant congres topic kunnen zijn, denk je dan. En dan begin je gewoon een congres te maken.
Het organiseren zou je zelfs kunnen uitbesteden. Organiseren kun je leren; voor bedenken moet je talent hebben.

Hoe bepaal je of een idee levensvatbaar is?
Daar zijn een aantal trucs voor. Is het onderwerp interessant, wie is de doelgroep en hoe groot is die. Is die doelgroep geïnteresseerd in congressen. Zo heb ik nooit iets georganiseerd voor het MKB, want die komen gewoon niet. Daarnaast kijk ik naar zaken als de kapitaalkrachtigheid van de markt en de concurrentie.
Maar ik voel het toch vooral aan. Dan gaan we het gewoon doen. Marktonderzoek kost zoveel tijd en geld. Die kan je beter steken in de marketing en promotie. Dan ben je het geld misschien ook kwijt, maar dat komt dan op hetzelfde neer.
Verder moet je een onderscheid maken in sponsor driven en delegate driven bijeenkomsten. Die laatste hebben mijn voorkeur omdat dat minder inspanningen vergt, met minder teleurstellingen. Wel heb je vooraf meer marketingkosten.

Welk congres is je het meest bijgebleven?
Dat was in de tijd van InfoCare. Daar hadden we jaarlijks het prestigieuze congres 'Reshaping the Future'. Ik heb in 2001 samen met Leo van der Kant van Assemblee als eerst Bill Clinton naar Nederland en zelfs naar Europa gehaald. Na zijn aftreden zat de hele wereld achter hem aan en wij hadden hem als eerste. Ik zou niet weten wie er op dat moment interessanter was in de wereld. In minder dan zes weken geregeld, inclusief financiering. En hij kwam eerst op ons congres en ging pas daarna bij de Koningin en premier Kok langs.

Waar hou je je nu mee bezig
Ik ben IDMeetings gestart met Geerten Robbers. Dat is toevallig ontstaan. Geerten, die ik ken vanuit mijn tijd bij InfoCare, had een hotel in Twente waar ik af en toe voor vakantie heen ga. Samen kwamen we op het idee om voor het MKB een bijeenkomst Ondernemen in Twente te organiseren. Dat was een groot succes. Nu proberen we het naar andere regio's uit te breiden, zoals Flevoland en Haaglanden.
We spelen in op het wij-gevoel van lokale ondernemers. De overheden zijn belangrijke sponsoren, want die willen werkgelegenheid stimuleren. Je kunt het niet vergelijken met de regionale business dagen. Beurzen hebben een andere dynamiek. Tweehonderd stands, je loopt wat rond, je kletst wat en kijkt wie er rond loopt. De informatieoverdracht is gering. Wij koppelen er een thema aan zoals innovatie en vernieuwing.

Dus zijn MKB-ers toch een echte doelgroep voor congressen
Ik was een redelijke non-believer. Maar regionaal lukt het gewoon. Het gaat dan wel om bedrijven met 50 tot 200/300 werknemers en best veel deelnemers komen pas na drie uur binnen, als de netwerkborrel begint. Ach, zo zie je maar. Je bent nooit te oud om te leren.

Nog toekomstplannen?
Ik zal altijd bezig blijven met nieuwe initiatieven in de congresbranche. Zo ben ik ook bezig met een landelijk congres rond overgewicht bij de jeugd. Ik ben nu net vijftig en het enige verschil is dat ik nu dingen oppak die ik leuk vind om te doen. Ik heb niet meer de doelstelling dat dit bedrijf over twee jaar zo groot moet zijn.

Wat is er nu anders dan in je begintijd?
Ik heb niet zo verschrikkelijk veel zien veranderen. De opzet en vermarkting van een congres is nog steeds hetzelfde. Alleen de pricing is compleet anders met bedragen van meer dan 1.000 euro voor een dagcongres.
Het blijft hetzelfde kunstje en blijkbaar zijn bepaalde bedrijven daar succesvol in. Kijk naar Euroform dat na 30/40 jaar zo groot en naar ik aanneem winstgevend is. Je kunt dan rustig zeggen dat je een plaats hebt verworven tussen de vaste ondernemingsstructuren.
Ook de conjunctuurgevoeligheid blijft. Als het economisch minder gaat worden studiereizen, vliegreizen, congressen en trainingen als eerste geschrapt. Het is maar te hoop dat de congresbedrijven op dit moment deep pockets hebben.

Tekst  Edwin Nunnink  |  Beeld  Monique van Diessen
Dit artikel is verschenen in QM 94  |  oktober 2009